Leverbotprognose

Voorjaarsdroogte heeft veel invloed op leverbotbesmetting

De Werkgroep Leverbotprognose verwacht nog geen leverbotinfectie vanwege de extreme droogte in het voorjaar. Alleen op bedrijven waar in het voorjaar de weidegrond vochtig is gebleven kan acute leverbot bij schapen voorkomen.

Het droge voorjaar van 2011 heeft de normale verjonging van de slakkenpopulatie vertraagd tot juli. Daarnaast zijn er vanwege de droge maanden april en mei nauwelijks slakken besmet geraakt. Ondanks de zeer natte zomer is er pas eind juli weer een toename van de slakkenpopulatie waargenomen. Onder normale omstandigheden zal het daarom tot half oktober duren voordat een infectie op het gras wordt afgezet. Op bedrijven waar in het voorjaar de grond vochtig is gebleven kan de grote hoeveelheid neerslag in juni, juli en augustus toch zorgen voor  een ernstige leverbotbesmetting. Schapen die vanaf augustus in deze gebieden hebben gelopen lopen een verhoogde kans op sterfte door acute leverbot.

Behandeling schapen en rundvee

In het algemeen adviseert de Werkgroep Leverbotprognose om schapen alleen na onderzoek te behandelen en bij voorkeur te verweiden naar goed ontwaterde percelen. Schapen die vanaf augustus in gebieden met een verhoogde waterstand hebben gelopen moeten vanaf half september worden behandeld en naar goed ontwaterde percelen worden verweid.

Rundvee moet bij twijfel eerst worden onderzocht. Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat runderen moeten worden behandeld, moet dat bij melkgevende dieren aan het begin van de droogstand of via de cascade-regeling (raadpleeg uw dierenarts).

Bij twijfel is het zinvol om bij de Gezondheidsdienst voor Dieren bloedonderzoek te laten verrichten. Per diersoort (bij voorkeur dieren na hun eerste weideseizoen) zijn voor een goed onderzoek minimaal vijf monsters per leeftijdscategorie nodig.

Voorkom resistentie

Om resistentie te voorkómen is het bij het behandelen van zowel schapen als rundvee van het grootste belang om het juiste gewicht van het dier te schatten of te meten, zodat de juiste dosis van het geneesmiddel wordt toegediend.

Ter controle op het effect van een behandeling wordt geadviseerd om drie weken na de behandeling mestonderzoek te laten doen. Hiervoor is een mengmonster van 5 – 10 dieren per leeftijdscategorie nodig (gepoold mestonderzoek). Mochten de omstandigheden daar aanleiding toe geven dan zal de Werkgroep eind oktober een tussentijds advies uitgeven.

De leverbotziekte, die voornamelijk voorkomt bij runderen, schapen en geiten, wordt veroorzaakt door een platworm die zich in de lever bevindt. In de levenscyclus van de leverbot fungeert de slak Galba truncatula, die voornamelijk leeft in het greppelmilieu, als tussengastheer. Leverboteieren komen met de mest op het land. Het larfje dat uit het leverbotei komt besmet de leverbotslak die na ontwikkeling staartlarven loslaat welke zich op het gewas vastzetten als infectieuze cysten. Bij ernstige leverbotinfecties kan dat bij schapen en geiten de dood tot gevolg hebben terwijl bij runderen verminderde melkgift en slechtere groei optreedt. Behandeling van een leverbotinfectie bij schapen, geiten, kalveren en pinken is mogelijk met bestaande leverbotmiddelen. Deze leverbotmiddelen kunnen niet worden gebruikt bij dieren die melk geven voor humane consumptie. 
 
vrijdag 16 september 2011