Maatregelen zuivel Para TBC & Salmonella

De zuivelondernemingen verenigd in de Nederlandse Zuivel organisatie (NZO) zijn begin 2008 gestart met een programma gericht op het beheersen van de dierziekten Para-TBC en Salmonella. Vanaf 1 januari 2011 worden nieuwe eisen ingevoerd in een poging om deze beide ziektes in Nederland beter te beheersen. 

Para TBC:

Alle Nederlandse melkveehouders zijn inmiddels deelnemer aan het Para Programma Nederland. Vanaf 1 januari 2011 zijn alle melkleverende bedrijven verplicht om minimaal status B te hebben. Dit houdt in dat de bedrijven die momenteel in bezit zijn van status C, de koeien die positief zijn op antistoffen van paratbc in de melk (eventueel na bevestiging door een mestonderzoek) zullen moeten afvoeren.

Salmonella:

De  tankmelk wordt  3x per jaar onderzocht op antistoffen van Salmonella. Vanaf 1 januari 2011 moet de uitslag van het tankmelkonderzoek gunstig zijn. Indien daar niet aan wordt voldaan worden extra inspanningen van de veehouder verlangd om salmonella op zijn bedrijf te beheersen. Onder deze extra inspanning vallen onder andere de verplichting om een workshop Salmonella bij een daarvoor geregistreerde dierenarts te volgen en om samen met zijn dierenarts een Plan van Aanpak op te stellen.

Op basis van de uitslagen van de tankmelk worden de bedrijven in 3 groepen verdeeld. Hieronder wordt schematisch weergegeven welke verplichtingen bij iedere groep horen.
   

  Tankuitslagen Verplichting
Niveau 1 voortdurend gunstig  
Niveau 2 wisselend deelname workshop 
Niveau 3

voortdurend ongunstig  (dwz 4 v/d 5 ongunstig)

opstellen plan van aanpak

  

 

 

 

 

 

Vanaf 1 januari kunnen veehouders zich vrijwillig opgeven voor de workshop, vanaf 1 juli volgt de verplichting vanuit de zuivel. Aangezien er drie maal per jaar een tankmelkonderzoek plaatsvindt, is de indeling in niveau 3 pas halverwege 2012 mogelijk.

(Meer informatie: NZO en KNMvD)